Mariëlle van Kooten

Mariëlle van Kooten was lijsttrekker voor STIP voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010.

Delft is mijn thuis: ik woon hier en lééf de stad. Mijn technische achtergrond luchtvaart- en ruimtevaarttechniek doet mij de Delftse ‘case’ willen en kunnen analyseren, aangrijpen, en oplossen. Dát is STIP: een adequate partij die vooruit wil omdat Delft vooruit kán.

Ik zie het als volgt, denk met mij mee: het brede aantal kennisinstellingen dat Delft rijk is versterkt het concept kenniseconomie. Zonder een faciliterende gemeente is Delft een bouwpakket met een staande historische binnenstad en een min of meer toevallige setting van een TNO en Deltares.

STIP ziet mogelijkheden: samenwerking tussen het stadse Delft en de creatieve TU staat voor mij hoog op de agenda. Maak inbreng vanuit de TU mogelijk en makkelijk door een gemeenschappelijk onderzoeksbureau op te zetten met studenten, onderzoekers en een geïnteresseerde gemeente.

Cultuur en innovatie: het tomeloze talent dat boven Delft zweeft moet weloverwogen in behoeftes worden voorzien en bijdragen aan een knallende leefomgeving. Nodig initiatief uit, zowel op het gebied van duurzaamheid alsook cultuur - het gemeentebestuur moet toegankelijk zijn en innovatieve ideeën onderbouwd faciliteren. Daarbij denk ik aan het gericht investeren in een Milieu Technologie Fonds en het creëren van creatieve broedplaatsen.

Ik wil een stad die (inter)nationaal schreeuwt, trotse inwoners bezit die participeren in een groots, dynamisch geheel van kennis en kunnen op álle niveaus.

Een verwachtte 15 miljoen euro aan bezuinigingen staan het toekomstige stadsbestuur te wachten. De fractie STIP staat op scherp. Met de nodige flexibiliteit en een groot onderhandelingsvermogen staan wij voor kennis, duurzaamheid, cultuur en ruimte voor de Delftenaar, waarbij realiteitszin en ambitie hand in hand gaan.

Ik laat mij leiden door reëel enthousiasme en pas mijn vrije, sociale geest voorzichtig in in het Delftse. Leg de basis voor een positieve blik op de toekomst van Delft – en ja, dat moeten wij samen willen doen.