
Delft is een naar buiten gerichte stad met internationale kennisinstituten, veel internationale inwoners en een sterke plaats in de regio. We krijgen ook erg veel toeristen; na Amsterdam is Delft het meest herkenbaar. STIP heeft het afgelopen periode voor elkaar gekregen om één heldere stadstijl te lanceren. Het is de eerste aanzet tot een professionele stadsmarketing: de stad kan dat veel effectiever samen met bedrijven en instellingen oppakken, dan dat iedereen het apart doet. STIP wil hard werken aan de uitstraling van Delft, om de aantrekkingskracht voor toeristen, bedrijven en iedereen die hier woont te vergroten.
Eén: professionele stadsmarketing en binnenhalen van bedrijven
STIP ziet in de stadsmarketing een aantal kansen om te zorgen voor méér toerisme en sneller binnenhalen van bedrijven. Stadsmarketing heeft drie doelen. (1) Het aanprijzen van Delft bij bedrijven die een vestigingsplaats zoeken, (2) Duidelijk maken wat er nú in Delft aan diensten en producten verkrijgbaar is en (3) Specifiek toeristisch Delft promoten en gastvrij overkomen. Delft moet, met alle belangrijke instellingen en bedrijven, tot een vergelijk komen over één heldere boodschap van wat er nu in Delft is en waar we heen willen. Met een sterk eenduidig merk kan stadsmarketing goed werken. Delft staat voor technologie, historie, creativiteit en innovatie. STIP wil op het gebied van stadsmarketing bereiken:
- De nieuwe stadstijl – Delft, creating history – is duidelijk en modern vormgegeven. Bouw hierop verder gedurende komende periode. De slogan I LOVE NY werkt al grandioos sinds 1977 en wordt nog steeds gebruikt.
- In de kernwaarde creativiteit werken in Delft ontzettend veel mensen en beroemde bedrijven. STIP wil 38CC, de expo bij Bacinol 2, verbreden tot een expo voor heel ontwerpend en creatief Delft. Bijvoorbeeld in het huidige Legermuseum.
- Met het WFIA blijft voor Delft een groot buitenlands aquisitienetwerk beschikbaar voor relatief lage kosten. Voor Science Port Holland moet deze instelling samenwerken met Rotterdam.
- Kom in 2010 met bedrijven als DSM en Exact, en met Science Port Holland en TU Delft, met TNO en Deltares tot een adequate beschrijving van de kenmerken van de huidige Delftse kenniseconomie, om daarmee de kracht van Delft te kunnen verkopen aan de buitenwereld.
- De gemeente moet de oprichting onderzoeken van een gezamenlijk evenementen- en marketingbureau, naar voorbeeld van Den Haag Marketing.
Twee: werk samen met de Delftse stedenbanden aan Delftse meerwaarde
De Delftse lokale overheid heeft enkele historische banden: met Tshwane (Zuid-Afrika) en Estélì (Nicaragua). De Delftse stichtingen van deze stedenbanden doen goed opbouwwerk en verdienen steun. STIP wil als nieuw beleid het volgende voorstellen.
- Werk het Proeftuinconcept uit voor de stedenbanden. Veel Delftse vindingen zijn gericht op duurzaamheid, en vaak gericht op ontwikkelingslanden. Zorg dat de unieke talenten van Delft in Delfts ontwikkelingswerk naar voren komen, omdat regulier ontwikkelingswerk in landelijk beleid een plek kan vinden. De Delftse uitvindingen Plakkies en de LifeStraw vonden hun weg al.
- Geef de stedenbanden de mogelijkheid tot het aanvragen van projectsubsidies om proeftuinprojecten in de partnersteden uit te voeren.
- Delft werkt in de twee ontwikkelingssteden al als Milenniumgemeente: we werken mee aan de ontwikkelingsdoelen die de VN in het jaar 2000 stelde. STIP is er voorstander van om Delft ook officieel te registreren als Milenniumgemeente.
Drie: effectief in Haaglanden en Europa
Delft is de op één na belangrijkste gemeente in Stadsgewest Haaglanden. Hierin worden gemeente overstijgende onderwerpen besproken, zoals openbaar vervoer. In Europa is Delft actief om subsidies te verwerven. Een drietal punten om de effectiviteit van Delft te vergroten.
- STIP wil de komende jaren 50% meer EU-subsidie binnenhalen. Leuven heeft door goed lobbywerk een enorme EU-subsidie voor onderzoek naar nanotechnologie gekregen. Delft moet inzetten op het binnenhalen van het kenniscentrum voor Water- en Deltatechnologie.
- De regionalisering van de brandweer Haaglanden is goed, omdat het korps centraal geleid sneller gezamenlijk kan optreden.