Delft is volgens de landelijke Lokale Duurzaamheidsmeter al jaren één van de meest duurzaam werkende gemeenten van Nederland. Delft heeft een bijzondere positie op het gebied van duurzaamheid en milieu: hier wordt de technologie bedacht die in de hele wereld milieu en klimaat kunnen verbeteren. Daarom zien wij Delft als proeftuin: voer duurzame vindingen dicht bij huis als proef uit. Bij duurzaamheidsbeleid is STIP altijd huiverig voor symboolpolitiek. STIP is voor onderbouwde, serieuze ambities om energieverbruik, CO2-uitstoot, NOx-gehalte en de fijnstofconcentratie te verminderen. De volgende punten zijn voor STIP belangrijk in de komende periode.
- Het Milieu Technologie Fonds inzetten om voor € 1 miljoen te investeren in duurzame technologie. In samenwerking met alle kennispartners moet Delft een proeftuin worden van duurzame technologie.
- Delft kan als eerste stad zwaar vervuilend vervoer uit de binnenstad weren. STIP wil bevoorrading via elektrische busjes vanuit distributiecentra aan de rand van de stad.
- Tank voor Dank: in Delft moet een tankstation komen dat zoveel mogelijk duurzame transportalternatieven onderdak biedt. Bijvoorbeeld met verschillende elektrische adapters en biogasaansluitingen. Zonder dergelijke stations komt deze technologie sowieso niet aan de bak.
- De regeldruk voor het plaatsen van zonnecellen of bijvoorbeeld kleine windmolens moet omlaag. Het moet veel gemakkelijker worden om een ‘groen dak’ of een ‘groene gevel’ op of aan je huis te creëren.
- De subsidie voor zonnecellen (Delftsblauwe Daken) moet worden verbreed naar andere kleine innovatieve energieopwekkers.
- Het Delft Aardwarmte Project, van studenten en alumni van Mijnbouwkunde, ondersteunen en het DAP aansluiten op het stadswarmtenet.
- De Stadsbouwmeester moet in al zijn adviezen trachten dubbel ruimtegebruik te stimuleren en hierin bijvoorbeeld de park- en groenfunctie te adviseren, zoals boven op de universiteitsbibliotheek.
- Midden-Delfland en de Delftse Hout blijven onbebouwd en open voor recreatie.